bullsofcrown@gmail.com

© 1999 Bulls of Crown


Sinds 1999


!!!HOME OF THE REAL BULLY TYPE!!!

Elleboog Dysplasie (ED)

Een erfelijke afwijking waar nooit mee gefokt mag worden


Voorwoord:

Trap er niet in als een fokker zegt dat hij aan de buitkant(gangwerk) van een hond kan zien of een hond elleboogdysplasie(ED) heeft want dan kan niet!!!

ED is alleen aantoonbaar door middel van 4 röntgenfoto,s die gemaakt worden door een specialist.  

Een hond kan een super gangwerk hebben maar toch ED hebben terwijl een hond met een slecht gangwerk gewoon vrij kan zijn van ED!!!

Koop alleen een pup uit ED & HD(Heupdysplasie) eröntgende ouderdieren want ED & HD zijn voor een deel erfelijk bepaald en beide afwijkingen geven ze door aan hun nageslacht!!!

(vraag wel om een schriftelijk bevestiging van de specialist en trek het na)

Lees onderstaand goed door!!!

 

Diagnose

In een dierenkliniek kan de specialist zowel vaststellen welke van de vormen van elleboogdysplasie (ED), van toepassing is bij het dier, alsmede advies geven voor de behandeling hiervan. De uiteindelijke diagnose wordt gesteld met behulp van gedetailleerde röntgen-opnames van het ellebooggewricht.

Ook kunnen foto's ingezonden worden naar de Hirschfeldstichting of naar het buitenland voor het toekennen van een ED status volgens de FCI normen
Zeker voor dieren die ingezet worden voor de fokkerij is screening raadzaam.


Elleboog FCI kwalifcaties
ED-0 = Geen aanwijzing voor elleboogdysplasie (ook "vrij" genoemd)
ED-1 = Geringe osteo(arthrose)
ED-2 = Middelmatige osteo(arthrose)
ED-3 = Ernstige osteo(arthrose)
ED-4= Zeer ernstige mate van osteo(arthrose)


Onderzoek erfelijkheid

Voor zowel HD als ook ED geldt dat ze moeilijk uit een ras te fokken zijn. Zowel erfelijke aanleg alsook het milieu waarin een hond opgroeit hebben beide een deel in het hebben of krijgen van HD en ED. In het erfelijk deel blijkt dan ook nog eens dat er verschillende genen verantwoordelijk zijn voor de vorming van HD en ED (polymere overerving). In dit artikel nemen we alleen even ED als voorbeeld maar HD is analoog aan ED wat betreft overerving en het bestrijden ervan. Elleboog Dysplasie (ED) wordt in de gradaties als volgt weergegeven: ED 0 (vrij), ED I, ED II en ED III (deze laatste is de zwaarste vorm van ED)


Zoals we op onze Hollandse klompen al konden aanvoelen blijkt uit wetenschappelijk onderzoek dat je gewoon met gezonde dieren moet fokken om echt te kunnen verbeteren. De resultaten van een Scandinavisch onderzoek onder Rottweilers laten zien dat als je met gezonde (ED vrije) ouders fokt de kans op gezonde (ED vrije) pups het grootst is (tabel 1). In dat geval heeft toch nog 31% van de nakomelingen ED. Paart men een ED vrije hond echter met een hond die in meer of mindere mate last heeft van ED dan hebben 43% (ED 0 x ED 1) of zelfs 48 % (ED 0 x ED 2 of ED3) van de nakomelingen ED. Kruisen van niet ED vrije honden geeft een dramatische 56% van de nakomelingen met ED

Voor Berner Sennenhonden bekend (tabel 2). Uit een ander onderzoek op 2500 Zweedse Berner Sennen honden en Rottweilers blijkt namelijk dat de percentages redelijk vergelijkbaar zijn met de bovenstaande Rottweiler cijfers.

Uit dit onderzoek komen echter nog twee heel belangrijke punten naar voren:


-Je kunt alleen echt verbeteren op ED als de ouders ED vrij zijn

-Het grootste risico op ED treedt op als van de ouders niets bekend is van ED


Omdat zelfs met ED vrije ouders nog 1 op de drie nakomelingen elleboog dysplasie heeft duurt het enorm lang (vele generaties) om in de gehele populatie te verbeteren. Daarnaast worden natuurlijk ook nog niet ED vrije ouders gebruikt want een hond is meer dan alleen een heup of elleboog gewricht. Noorwegen is al in 1980 begonnen met elleboog screening van Rottweilers en ze zijn in 10 jaar (ongeveer 3 generaties!) van 75 % ED belaste honden naar 48 % gegaan. Een zelfde situatie vinden we in Zweden voor de Berners: daar had 50% van de Berners ED (1981) en dat was 10 jaar later 35%


Meer info over elleboogdysplasie (ED) klik hier